Historie

1. De periode van Zusters Ursulinen (1911 – 1941)
In 1899 hadden de zusters Ursulinen, die in een klooster te Uden leefden, de villa Roucouleur aan de Zandstraat te Vught in bezit gekregen. In deze villa, die al snel daarna de naam Mariaoord kreeg, vestigden zij een normaalschool (onderwijzersopleiding) voor internen.



Al snel was de villa te klein geworden voor de educatieve bezigheden van de nonnen en het ernaast gelegen grondgebied leende zich uitstekend voor hun plannen. In 1909 gaven de Zusters Ursulinen derhalve de Antwerpse architect J.J. Dony de opdracht een gebouw te ontwerpen dat zowel de grootsheid van het rijke Roomse geloof als de deugd van de eenvoud zou weerspiegelen.

J.J. Dony (1865-1949), die later ook voor het ontwerp van een rectorswoning tekende, was afkomstig uit Rummen (België). Aan het einde van de negentiende eeuw verhuisde hij naar ’s-Hertogenbosch, waar hij in 1892 was benoemd tot directeur van de Koninklijke School Nuttige en Beeldende Kunsten. De Vlaamse architect heeft vooral in ’s-Hertogenbosch veel panden ontworpen, waaronder zijn eigen woning, Stationsplein 2-4, de Leonarduskerk (een neogotisch ontwerp), Julianaplein 15-17 en een groot aantal huizen in de nieuwbouwwijk ’t Zand. Vermoedelijk is hij ook de ontwerper van het Tilmanshofje. In Vught ontwierp hij naast het complex Mariaoord ook het pensionaat Regina Coeli (1903) en de Villa Leeuwensteijn (1899).
Naast gebouwen ontwierp Dony ook sculpturen, waaronder grafmonumenten en de draak op het stationsplein in Den Bosch.

Het pensionaatgebouw Mariaoord is ontworpen in de stijl van de neorenaissance. Met deze stijl werd teruggegrepen op de vormentaal van de renaissance, welke haar bloeitijd kende in de periode tweede helft van de zestiende tot het midden van de zeventiende eeuw. Karakteristiek voor deze bloeitijd zijn de uitbundige decoratie in de vorm van rollagen, mens- en dierkoppen, beeldhouwwerk en siersmeedijzer in de hoofdzakelijk in baksteen uitgevoerde gevels. De neiging om in de architectuur terug te grijpen op de vormentaal uit de Gouden Eeuw hangt samen met de drang om een architectonische gestalte te geven aan het opkomende ‘vaderlandsch gevoel’. Een verwijzing naar de Gouden Eeuw, als periode waarin zowel op cultureel, maatschappelijk, economisch als kunsthistorisch vlak grote successen werden geboekt, bleek daarvoor met name geschikt.




Op 7 april 1910 werd de eerste steen van het pensionaatgebouw voor ‘jongejuffrouwen’ geplaatst. Deze gevelsteen met het opschrift “E.S. Luypen V.A. Batavia A.D. 1910 7/4” bevindt zich in de voorgevel van complex. E.S. Luypen was apostolisch vicaris van Batavia (het huidige Jakarta) van 1899 tot 1923.



De officiële opening vond plaats op 2 oktober 1911. De nieuwbouw kreeg de naam Mariaoord, terwijl de villa nu Klein Mariaoord werd genoemd. De kapel behorende bij het pensionaat werd enige tijd later op 12 maart 1912 ingewijd.



Gaandeweg de jaren twintig van de twintigste eeuw liep het aantal leerlingen terug. Tegelijkertijd vond een wijziging in de structuur van de Limburgse Ursulinenkloosters plaats. De centrale instellingen die tot dan toe in de villa waren ondergebracht, zouden vanwege uitbreiding van het (administratief) personeel moeten verhuizen naar een nieuwe locatie. Dit leidde er toe dat het pensionaat eind augustus 1929 werd gesloten, waarna de centrale instellingen verplaatst werden naar het voormalig pensionaat.

Mogelijk vanwege de verandering van functie werd het gebouw het jaar daarop voorzien van elektriciteit. Ondertussen had de glazenier en schilder Lou Asperslagh opdracht gekregen de kapel te verfraaien. In de achtermuur van de absis bracht hij een groot glas-in-loodraam aan, voorstellende de kroning van Maria. De andere vensters werden eveneens door hem beglaasd, terwijl hij ook muurschilderingen, een kruisweg en een nieuw altaar vervaardigde. Het altaar was aan weerszijden voorzien van een in aanbidding knielende engel.




In 1938 vertrokken de verschillende bestuurlijke en administratieve onderdelen uit het voormalige pensionaat. Een deel er van verhuisde naar de nabij gelegen villa die nu de Mariaoord ging heten, terwijl het grote gebouw de naam Roucouleur kreeg. Het gebouw werd nu in gebruik genomen door de Katholieke Actie én voor een interne opleiding van drie maanden tot dienstbode.

2. De periode van de Tweede Wereldoorlog (1941 – 1945)
De Tweede Wereldoorlog had ook zijn weerslag op de gebouwen van de Ursulinen te Vught. In september 1941 maakten de Ursulinen plaats voor priesters en seminaristen uit het groot-seminarie Haaren die door de Duitsers uit hun gebouwen waren gezet. Met hulp van inwoners van Haaren werden inboedel, studenten en professoren overgebracht naar Mariaoord in Vught. Hiermee kwam er een einde aan de aanwezigheid van de Ursulinen in Vught.

De verdrevenen uit Haaren verbleven niet lang in Vught. In november van 1941 vorderde de Duitse bezetter de gebouwen Mariaoord en Roucouleur.




Na de bevrijding werden er verschillende militaire eenheden in de gebouwen ondergebracht: geallieerde troepen, Nederlandse stoottroepen bestemd voor Indonesië, en weer later Belgische eenheden.

Een overblijfsel uit de periode van de Tweede Wereldoorlog is de radiobunker die achter de Roucouleur nog steeds zichtbaar is.

3. De periode van de Zusters van Moerdijk (1945 – 1953)
De Ursulinen, nog steeds eigenaar van beide panden, sloten in 1945 een huurovereenkomst met de zusters van Moerdijk. Het kloostercomplex van de zusters van Moerdijk was verwoest en in afwachting van nieuwbouw trokken zij september 1945 het grote gebouw in: 70 zusters en een kweekschool, voorbereidende klassen en een MULO, samen circa 150 internen.

4. De periode van de Broeders van Dongen (1953 – 1969)
In 1951 veranderden de eigendomsverhoudingen: de Ursulinen verkochten hun Vughtse bezittingen aan de broedercongregatie van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. De oprichter van deze congregatie was Stephanus Glorieux[note]. Zij werden ook aangeduid als de Broeders van Dongen aangezien het Nederlandse provinciaal bestuur in Dongen zetelde. Omdat zij in Dongen met plaatsgebrek kampten, wilden zij hun juvenaat verplaatsen naar Mariaoord. Nadat de zusters van Moerdijk in juni 1953 naar hun nieuwe behuizing waren vertrokken, namen de Broeders van Dongen hun plaats in. In de villa vestigden zij het broederhuis, terwijl het grote gebouw bestemd werd voor het juvenaat. Het juvenaat vormde de eerste (onderwijs)fase voor jongens die zich aan wilden sluiten bij het broederschap. Op het juvenaat verbleven ongeveer 100 jongens.

In de naoorlogse periode hebben er verschillende aanpassingen aan het gebouw plaatsgevonden. De middenrisaliet aan de achtergevel is bijvoorbeeld ingrijpend veranderd. In 1953 is er een gedeelte aan de rechterzijde aangebouwd en is het bordes uitgebreid. Het ontwerp voor deze aanpassingen kwam van architectenbureau Jac. M. Hurks uit Roosendaal. Door deze aanpassingen is de raamindeling gewijzigd. Ook zijn de ingangen aan achterzijde van kapel dichtgemetseld.

[Note: Na verloop van tijd werd de Zandstraat omgedoopt in Glorieuxlaan als eerbetoon aan de stichter van broedercongregatie Onze Lieve Vrouw van Lourdes, Stephanus Glorieux.]

5. De periode van de verpleegkundige opleiding (1969 – 2009)
In de tweede helft van de jaren zestig van de twintigste eeuw kwam het juvenaat in de problemen als gevolg van diverse maatschappelijke ontwikkelingen en de (verwachte) veranderingen op het gebied van de onderwijswetgeving. Dit leidde er toe dat juvenaat en school in 1969 de deuren sloten. Het terrein en de gebouwen zijn dan al verkocht aan de stichting Godshuizen. Deze instelling zou in het grote gebouw, dat omgedoopt werd tot “Vlaschmeer”, verschillende opleidingen verzorgen op het gebied van verpleging en verzorging.

In de periode waarin het gebouw in eigendom was van de stichting Godshuizen is de voorgevel voorzien van een nieuwe voeg. Hierbij is ervoor gekozen platvol te voegen in plaats van geknipt, zoals oorspronkelijk het geval was. Waarschijnlijk gebeurde dit in verband met de regenslag op deze gevel. In deze periode is er een nieuwe weg aangelegd rondom het gebouw. Tevens zijn de liften aangepast: de handbediende liftschacht maakte plaats voor een elektrisch bediende lift.

In 1986 is er aan de linker zijgevel (westgevel) een aanbouw toegevoegd door architectenbureau Mens & Pruyn uit Vught. In de jaren negentig is de bordestrap verwijderd en is het ontstane balkon vergroot tot de huidige breedte.




In 1989 werd de naam van het gebouw veranderd in ‘de Vlaschmeer’.

Sinds 1999 maakte de opleiding deel uit van het MBO Koning Willem I College in Den Bosch, waarna in 2009 het complex leeg kwam te staan, doordat deze opleiding verhuisde naar Den Bosch.

Voormalig klooster Mariaoord heeft in 2001 de status van Rijksmonument verkregen.

6. De periode van Parc Glorieux (2009 – nu)
In 2006 verwierf projectontwikkelaar Synchroon het voormalig Klooster Mariaoord, nu genaamd Parc Glorieux. Op 8 oktober 2008 kwam een samenwerkingsovereenkomst tot stand tussen de gemeente en Synchroon voor de ontwikkeling van Mariaoord, waarna op 28 mei 2009 het bestemmingsplan “Mariaoord” werd vastgesteld.

Na jaren van plannen maken en overleg met de gemeente Vught gaf de heer P.F.W.M. Pennings, wethouder van de gemeente Vught, op vrijdag 8 juni 2012 het officiële startsein voor de verbouwing van Mariaoord tot 32 appartementen.

HRH Architecten tekende voor het ontwerp, en aannemingsbedrijf Nico de Bont was samen met TBI zusterbedrijf Bouwbedrijf Hazenberg uit Vught verantwoordelijk voor de restauratie en uitbreiding van het gebouw tot wat het nu is.